“Iedereen heeft een plek in de stad. Zeggenschap over eigen leven, leren, zorg en werk leidt tot een inclusieve samenleving."
Amsterdam groeit de komende jaren stevig, en de groep van 75 tot 84 jaar het hardst. Tegelijk is het gebruik van dagbesteding het afgelopen decennium niet gestegen, maar licht gedaald. Dat wijst erop dat dagbesteding niet altijd gevonden wordt door mensen voor wie het passend zou zijn.
Ongeveer 3.500 Amsterdammers krijgen ambulante begeleiding zonder dat dagbesteding in beeld komt. En 40 procent van de thuiswonenden met informele zorg gaf in tevredenheidsonderzoek aan behoefte te hebben aan zinvolle dagbesteding.
Het traject begon met een meta-analyse van cliënttevredenheidsonderzoeken. Daarna volgden vijf sessies, over toegang, doelgroepen, meewerken plus, opdracht en tarieven, en contractstructuur en samenwerking, met een gezamenlijke synthese als sluitstuk.
Aan tafel zaten bestuurders, managers en uitvoerders van aanbieders, en vanuit de gemeente inkopers, accounthouders en beleidsmedewerkers. Uitgangspunt was dat iedereen met dezelfde informatie werkt en dat de inhoud voorop staat. Contractmanagers waren doorlopend betrokken. In elke sessie kwamen dezelfde knelpunten terug. Dat was op zichzelf de eerste bevinding: de problemen zijn niet los van elkaar te zien.
Onder alle thema’s ligt één patroon. Wie goed wil inkopen moet weten wat er nodig is, en die kennis zit bij de aanbieders, die ieder alleen het eigen deel overzien. Een compleet beeld ontstaat dus alleen als gemeente en aanbieders hun kennis optellen.
Precies dat maakt aanbesteden ingewikkeld. Aanbieders zijn dan ook concurrenten, en dat zet het delen van kennis en signalering onder druk. Een dekkend aanbod is een gezamenlijke opgave, terwijl de aanbestedingsvorm om losse trajecten vraagt. Vandaar wat het netwerk meegeeft: laat bij de keuze voor de inkoopstrategie de inhoud voorop staan.
Zeker niet alles hoeft anders. De open dialoog tussen gemeente en aanbieders geldt als sterk punt om op voort te bouwen, net als de bereikbaarheid van contractmanagers en het onderhouden van netwerken en vindplaatsen, van wijktafels tot inloopmomenten. Specialisme per doelgroep wordt gezien als kracht: gericht aanbod draagt juist bij aan een dekkend landschap.
De richtingen lopen van een gezamenlijke voordeur voor toegang en vervoer als apart spoor buiten het tarief, tot bekostiging die stuurt op inhoud. Opvallend was de wens voor een platform of Wmo-werkplaats, waarin gemeente, aanbieders en kennispartners samen monitoren en te ontwikkelen.
Volgens de deelnemers vallen ze in twee zaken uiteen. Die rond meerjarige samenwerking en bekostiging raken de kern en vragen de meeste tijd. De overige zijn concreter en sneller in inkooptermen te vertalen.
In de laatste sessie, op 7 juli, deed de gemeente actief mee in plaats van mee te luisteren, met inkoop, contractmanagement en beleid aan tafel. Opvallend was het gedeelde beeld: gemeente en aanbieders willen in grote lijnen hetzelfde.
Het was een inhoudelijk traject waarin beide kanten elkaar hebben opgezocht. De uitkomsten liggen nu bij de gemeente, die nu de Leidraad en uiteindelijk de aanbesteding organiseert.
De vertaalvraag die overblijft, zoals het netwerk die zelf formuleert: hoe maak je doelen als samenwerking, zorgcontinuïteit en ontwikkelruimte zichtbaar, toetsbaar en inkoopbaar, zodat ze niet als mooie woorden in een aanbieding blijven staan?
De notitie Rode draden uit de sessies bundelt alle uitkomsten en is het document waarin de acht richtingen staan uitgewerkt. Daaronder vindt u de verslagen van de afzonderlijke sessies.
Alle uitkomsten in één document: het patroon onder de knelpunten, wat wel werkt, en acht oplossingsrichtingen voor de Leidraad 2028. Dit is het stuk dat het netwerk de gemeente meegeeft.
Indiceren loopt via de buurtteams, en werkwijze en snelheid verschillen per team. Over een gezamenlijke voordeur, ideeën om anders te indiceren, en de digitale vindbaarheid van het aanbod.
Amsterdammers met een migratieachtergrond, niet-Nederlandstaligen en jongeren worden nu minder goed bereikt. Over specialisme als kracht, categorieën die in de praktijk knellen, en de naam dagbesteding zelf.
Over hoe de uitstroomnorm en de productieplafonds in de praktijk op elkaar inwerken. En over wat er in dit traject is ontwikkeld en geleerd.
Over de vraag of de inflatiecorrectie de kostenstijging van personeel, vastgoed en vervoer volgt. Ook vervoer als breed gedeeld knelpunt en het kader voor onderaannemerschap kwamen aan bod.
De slotsessie, met inkoop, contractmanagement en beleid van de gemeente actief aan tafel. Over sturen op aantallen en de breedte van het aanbod, langer inkopen, en het idee van een gezamenlijke werkplaats voor data en monitoring.