“Iedereen heeft een plek in de stad. Zeggenschap over eigen leven, leren, zorg en werk leidt tot een inclusieve samenleving."
De bijeenkomst “Data: van wie is het eigenlijk?” werd geleid door Danny Lämmerhirt, hoofd van het Future Internet Lab bij Waag, en Tessel van Leeuwen, onderzoeker bij Waag en medeorganisator van de Week van de Participatie.
Lämmerhirt begon met een stelling die de toon zette voor de rest van de bijeenkomst: “De vraag is niet van wie data is, maar wat we ermee willen doen.”
Volgens hem kijken we te vaak door een juridische of economische bril naar data, terwijl de maatschappelijke waarde uit het oog wordt verloren. “Data is niet alleen iets wat je bezit, maar iets wat je gebruikt om sociale vragen te beantwoorden. Zoals: wie wordt buitengesloten? Waar is ongelijkheid zichtbaar, en waar juist niet?”
Die verschuiving in perspectief is volgens Lämmerhirt cruciaal om digitalisering in te zetten voor meer rechtvaardigheid.
Lämmerhirt schetste drie manieren waarop er vandaag naar data wordt gekeken:
- Als economisch bezit – data als handelswaar waar geld mee te verdienen valt.
- Als persoonsgegeven – waarbij privacy en bescherming centraal staan.
- Als arbeid – als iets wat mensen produceren en waar ze zeggenschap over zouden moeten hebben.
- Alle drie zijn relevant, zei hij, maar ze gaan voorbij aan de kernvraag: wat is de maatschappelijke waarde van data, en hoe kunnen we die democratischer maken?
Een belangrijk thema in zijn verhaal was datafeminisme: het idee dat data ook gaat over macht en representatie. “Wie bepaalt wat zichtbaar wordt in cijfers, en wie blijft onzichtbaar?” vroeg Lämmerhirt.
Hij noemde projecten die onzichtbare problemen zichtbaar maken:
• Hollandse Luchten, waarin bewoners zelf luchtkwaliteit meten.
• Worker Info Exchange, dat Uber-chauffeurs helpt hun eigen data terug te eisen.
• Leegstandsmelder, dat met open data druk zet op gemeenten om leegstaande panden te hergebruiken.
“Data kan ook een actiemiddel zijn,” zei Lämmerhirt. “Je maakt zichtbaar wat anders verborgen blijft – en dat is politieke macht.”
In kleine groepen spraken deelnemers over hun eigen omgang met data. Veel organisaties verzamelen data omdat het moet – voor verantwoording, subsidies of registratie – zonder dat duidelijk is waarom of waarvoor.
Een deelnemer vatte het treffend samen:
“We verzamelen veel, maar gebruiken weinig.”
Er was ook herkenning rond het gebrek aan vertrouwen bij cliënten: mensen weten niet wat er met hun gegevens gebeurt, en delen daarom liever niets. Deelnemers zagen dat transparantie en uitleg cruciaal zijn om dat vertrouwen te herstellen.
De sessie liet zien dat praten over data niet technisch hoeft te zijn. Het kan juist gaan over macht, eerlijkheid en zeggenschap – thema’s die professionals in het sociaal domein dagelijks raken.
“Data is niet neutraal,” zei Lämmerhirt. “Het vertelt een verhaal over beleid, keuzes en mensen. En juist maatschappelijke organisaties kunnen dat verhaal veranderen.”
Volgens Tessel van Leeuwen raakt dit de kern van digitale inclusie: “Het gaat niet alleen om vaardigheden of toegang tot technologie, maar om eigenaarschap. Wie bepaalt wat telt, en wie telt er mee?”
De bijeenkomst bood deelnemers taal en houvast om binnen hun eigen organisaties het gesprek over data te voeren. Niet vanuit angst of controle, maar vanuit verantwoordelijkheid en samenwerking.
Of zoals een deelnemer het formuleerde:
“We moeten niet minder, maar slimmer data verzamelen – samen met de mensen om wie het gaat.”
Online sessie terugkijken
Kijk hier de online sessie Van wie is onze data? terug met o.a. Danny Lämmerhirt (hoofd van het Future Internet Lab bij Waag)
Presentatie van Danny vind je hier
Andere interessante links die werden gedeeld tijdens de sessie:
Leren werken met data
“Data standaarden persoonsgegevens“https://waag.org/nl/project/datastandaarden-persoonsgegevens/