“Iedereen heeft een plek in de stad. Zeggenschap over eigen leven, leren, zorg en werk leidt tot een inclusieve samenleving."
Hoe kan technologie mensen helpen om (weer) mee te doen op de arbeidsmarkt? Die vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst ‘Met technologie kan iedereen aan het werk’, onderdeel van de Week van de Participatie. De sessie liet zien hoe digitale innovatie kan bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt.
“Er staan nog altijd anderhalf miljoen mensen aan de kant van de arbeidsmarkt,” zei Michel Starreveld, projectleider bij Kennisalliantie Inclusie en Technologie (KIT). “Terwijl veel van hen prima kunnen werken met een beetje ondersteuning. Technologie kan dat verschil maken.”
Starreveld liet zien hoe uiteenlopend die ondersteuning kan zijn. Van VR-brillen waarmee werkzoekenden in een virtuele wereld kennis kunnen maken met verschillende beroepen, tot game-based assessments die cognitieve vaardigheden meten zonder taalbarrières.
Ook op de werkvloer zelf maakt technologie een verschil. Een voorbeeld is de smart beamer, een projector die stap voor stap aanwijzingen op de werktafel laat zien. Daardoor kunnen mensen met een verstandelijke beperking zelfstandig taken uitvoeren. Andere hulpmiddelen zijn exoskeletten die fysieke belasting verlagen, sensoren die stress meten en communicatietools zoals SpeakSee, waarmee gesproken tekst direct wordt ondertiteld.
Volgens Starreveld is inclusieve technologie “geen doel op zich, maar een manier om mensen in beweging te brengen”. Om organisaties te helpen experimenteren, zijn er in Nederland verschillende TINT-hubs (Technohub Inclusieve Technologie) ingericht. Daar kunnen begeleiders en werkgevers de technologie zelf ervaren.
H3. Eerst begrijpen dan innoveren
Marieke Nanninga van Weener XL, het werkontwikkelbedrijf van de gemeente ‘s-Hertogenbosch, vertelde hoe haar organisatie technologie inzet vanuit de praktijk. Binnen LabXL, het interne innovatielab, werken medewerkers en begeleiders samen aan nieuwe ideeën.
“Vroeger dachten we: technologie lost alles op. Nu weten we dat je eerst het probleem goed moet begrijpen,” zegt Nanninga. “Pas dan kun je bepalen of technologie de juiste oplossing is.”
Een concreet voorbeeld is de inzet van een heftruck-simulator. Die wordt niet alleen gebruikt om mensen te trainen, maar ook om hun zelfvertrouwen te vergroten. “Het gaat erom dat mensen ervaren dat ze iets nieuws kunnen leren. Dat ze durven proberen.”
Ook met VR-brillen en game-based assessments helpt Weener XL mensen om te ontdekken welk werk bij hen past. Een nieuw idee richt zich op statushouders die moeite hebben met de Nederlandse taal. “Een collega vroeg zich af hoe ze samen een goed cv konden maken,” vertelt Nanninga. “In plaats van meteen een app te laten bouwen, onderzoeken we eerst: waar ligt precies het probleem? In taal, communicatie of vormgeving? Soms is de oplossing eenvoudiger dan technologie.”
Volgens Nanninga is draagvlak binnen de organisatie cruciaal. “Niet iedereen is direct enthousiast. Daarom werken we met ambassadeurs – collega’s die zelf positieve ervaringen hebben en anderen meenemen. En we hebben een directie die ruimte geeft om te experimenteren. Dat is echt nodig.”
Ook Werkzaak Rivierenland experimenteert met technologie, vertelt Malinda Janssen, programmamanager innovatie en technologie. De organisatie ontwikkelde zelf het platform DIWI, waarmee werkprocessen digitaal worden uitgelegd aan medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Het idee ontstond op de werkvloer. “Mensen raakten de draad kwijt bij ingewikkelde taken,” zegt Janssen. “Papieren instructies werkten niet goed en begeleiders hadden veel tijd nodig voor uitleg. Met een tablet kun je stap voor stap laten zien wat iemand moet doen.”
Tijdens de testfase bleek dat dertig procent van de deelnemers dankzij de digitale werkinstructies werk kon doen dat eerder te moeilijk leek. “Ze kregen meer zelfvertrouwen, omdat ze niet meer hoefden te wachten op hulp. Ze konden gewoon terugkijken op het scherm.”
Na het succes van de pilot besloot Werkzaak de software zelf te ontwikkelen, speciaal afgestemd op de doelgroep. DIWI maakt het mogelijk om instructies met foto’s en korte video’s te maken en die in meerdere talen aan te bieden. Inmiddels is de tool in de hele organisatie ingevoerd.
De overstap naar digitale instructies was wel een cultuurverandering. “Je neemt afscheid van oude gewoontes,” zegt Janssen. “Dat vraagt training, duidelijke afspraken en vertrouwen. Maar nu we zien dat het werkt, wil niemand meer terug.”
Tijdens de afsluitende discussie ging het vooral over de balans tussen mens en technologie. Deelnemers spraken over ethische vragen – zoals waar hardware vandaan komt en hoe technologie toegankelijk kan blijven – maar ook over de noodzaak van co-creatie.
Tessel van Leeuwen van Waag Futurelab benadrukte dat inclusieve technologie alleen werkt als ze open, eerlijk en mensgericht wordt ontwikkeld. “Het gaat niet om gadgets, maar om gelijkwaardigheid,” zei ze. “Technologie moet mensen versterken, niet vervangen.”
De bijeenkomst liet zien hoe groot de mogelijkheden zijn om met digitale hulpmiddelen de arbeidsmarkt inclusiever te maken. Van VR tot tabletinstructies: technologie kan helpen om drempels te verlagen, vaardigheden te ontwikkelen en het zelfvertrouwen van mensen te vergroten.
“Technologie gaat niet over apparaten, maar over kansen,” zegt Michel Starreveld. “Als we willen dat iedereen kan meedoen, dan moet de digitale wereld daar niet op achterblijven.”
De presentatie van Michel Starreveld vind je hier
En kijk hier de sessie terug